Berichten

In verwachting van het onverwachte

Een MEE-verhaal over kinderwens, zwangerschap en ouderschap

Wilfred en Jennifer waren, net als veel andere stellen gelukkig getrouwd. Hadden beiden een stabiele baan, een huis gekocht, en zowel financiën als administratie waren netjes in orde. Een goede uitgangspositie voor gezinsuitbreiding. Zowel Wilfred als Jennifer hadden in hun jeugd speciaal onderwijs gevolgd. Vanwege de behoefte aan extra ondersteuning en veel duidelijkheid en structuur, waren ze vanuit daar doorgestroomd naar een sociale werkplaats. Toen Jennifer zwanger bleek, verwees de maatschappelijk werker van de sociale werkplaats de aankomende ouders naar MEE om te onderzoeken of ze in de opvoeding ook extra ondersteuning nodig zouden hebben.

Zo kwamen de MEE-consulenten Jantine en Dunja in contact met Wilfred en Jennifer. ‘Toen Wilfred en Jennifer bij ons werden aangemeld, was Jennifer al ruim zeven maanden in verwachting. We gingen bij hen thuis op bezoek en spraken met hen over het ouderschap. De babykamer was volledig ingericht en alle praktische voorbereidingen voor de baby waren helemaal op orde. In het gesprek werd snel duidelijk dat de aanstaande ouders nauwelijks wisten wat een baby aan verzorging nodig zou hebben’, vertelt Jantine. Om goed te weten te komen wat de komende ouders aan zouden kunnen, wat hen beweegt, wat hen motiveert en bij wie ze terechtkunnen met hun vragen, kortom om goed in kaart te brengen wat de krachten en de risico’s zijn, werd in overleg met de gedragsdeskundige afgesproken om het verantwoord ouderschapstraject te starten. Dit traject bestaat uit een psychologisch onderzoek, het in kaart brengen van het netwerk en de ‘kinderwenskoffer’. Aan de hand hiervan wordt met de ouders besproken wat er allemaal kan gaan veranderen als er een kind komt. Ook het oefenen met een oefenpop maakt deel uit van het traject.

Oefenpop Priscilla
En zo mocht oefenpop Priscilla komen logeren; de oefenpop waarmee cliënten “ervaringsgericht kunnen zorgen voor een simulatiebaby”. Een pop die zo is geprogrammeerd dat ie, net als een echte baby, op onverwachte momenten door te huilen om verzorging vraagt. Ook midden in de nacht. De oefenpop kan na afloop worden ‘uitgelezen’, zodat consulenten kunnen zien hoe de cliënt reageert en/of handelt. Dunja, de consulent die gespecialiseerd is in ‘kinderwens en verantwoord ouderschap’ herinnert het zich goed: ‘Alleen al de uitleg over hoe je voor de oefenpop zorgt, duurde bijna twee keer zo lang als normaal. De instructie dvd bekijken, situaties laten bedenken, oefenen, voordoen en plaatjes laten zien en meegeven, we hebben alles de revue laten passeren.’
De aanstaande ouders zouden voor een periode van vier dagen voor oefenpop Priscilla zorgen, maar een dag eerder dan gepland kwam de vraag of Priscilla kon worden opgehaald. De ouders vonden het moeilijk aan de zorgvraag van de oefenpop te voldoen. Wilfred gaf aan dat hij het lastig vond de oefenpop vast te houden. Dat bleek ook uit de meldingen die de consulenten in het systeem tevoorschijn zagen komen: ‘shaken baby’ en ‘insufficient head support’.

‘Ik verwacht het onverwachte’
Uit het psychologisch onderzoek van Jennifer bleek dat haar IQ rond de 50 lag. Wilfreds IQ was hoger, rond de 85, maar vanwege zijn enorme drang naar structuur waren er sterke vermoedens van autisme. Om krachten en zorgen rondom het aanstaande gezinnetje met het netwerk te delen, organiseerden de twee consulenten een familienetwerkberaad. De krachten: de aanstaande ouders staan open voor hulp, de opa’s en oma’s wilden helpen, alle babyspullen waren in huis, kinderopvang en de oppas waren geregeld. Kortom: aan alle praktische zaken was gedacht. Er waren ook zorgen: de naaste familie leek niet te beseffen hoeveel ondersteuning Wilfred en Jennifer nodig zouden hebben bij het verzorgen van hun kindje. Wilfred had ook zijn eigen zorgen. Jantine: ‘Hij zei letterlijk dat hij bang was dat er te veel op zijn schouders terecht zou komen.’ Daar moesten dus afspraken over worden gemaakt. Duidelijk, kort en simpel, op het niveau van de cliënten, maar vooral ook in goed overleg met hen, zodat ze zich er ook écht aan zouden houden. Het netwerkoverleg maakte duidelijk dat MEE zich veel meer zorgen maakte dan de aanstaande ouders en het netwerk: ‘Toen we bespraken hoe Wilfred en Jennifer om zouden gaan met situaties met de baby die je niet kunt inplannen, had Wilfred de perfecte oplossing: ‘Ik verwacht het onverwachte’. Zou dat genoeg zijn om om te kunnen gaan met alles wat een baby met zich meebrengt?

De échte baby: Wendy
Wilfred en Jennifer werden meteen goed op de proef gesteld toen de echte baby zich aandiende. Jennifer was een week over datum en daarom besloot de verloskundige haar te strippen. Daarna mochten ze weer naar huis, in tegenstelling tot wat ze hadden verwacht. Thuis kwamen de weeën op gang, waarna de aanstaande ouders halsoverkop met de tram naar het ziekenhuis moesten. De bevalling ging relatief soepel, maar leverde natuurlijk wel een behoorlijke dosis stress op. En dat werd niet minder toen ze eenmaal, met baby Wendy, weer thuis waren. Dat concludeerde ook de kraamzorg die maximaal werd ingezet. Veilig en goed zorgen voor baby Wendy was moeilijk en er waren meer onverwachte zaken dan het stel aankon. Jantine en Dunja hielden het nauwlettend in de gaten. Toen het kindje na een week een paar blauwe plekken had, waarvan de ouders niet konden zeggen hoe ze die had opgelopen, gingen de consulenten met ouders en baby naar een letselschade-arts in het ziekenhuis. Die stelde officieel vast dat er geen sprake was van lichamelijke mishandeling. Toen was wel duidelijk dat er extra ondersteuning moest komen, om Wendy’s veiligheid te blijven garanderen. Daar gingen Jantine en Dunja mét Wilfred en Jennifer mee aan de slag.

Richting een oplossing
Samen met de jonge ouders zochten Dunja en Jantine naar een goede oplossing. Ze kwamen daarbij uit op beide oma’s: baby Wendy zou de helft van de week naar oma van vaders kant gaan, terwijl oma van moeders kant de andere helft van de week in kwam wonen bij het gezin. Zo was er 24/7 extra zorg. De consulenten van MEE organiseerden extra ondersteuning via Ipse De Bruggen, waar gewerkt wordt met de Pinkies-behandelmethode. De professionals van Pinkies bouwen aan een stabiele en veilige ouder-kindrelatie bij cliënten met een (licht-)verstandelijke beperking. Ook zij kwamen al snel tot de conclusie dat er (te) weinig lerend vermogen bij de ouders aanwezig was om baby Wendy op een gezonde en veilige manier te laten opgroeien. Het lukte de ouders niet aan te sluiten bij en vooral ook te begrijpen wat Wendy nodig had. Extra ondersteuning van Pinkies bood geen soelaas. Er moest een structurele oplossing komen. Een pleeggezin binnen het eigen netwerk bleek niet te realiseren. Daarom stelden Jantine en Dunja voor, in overleg met ouders en grootouders, voort te bouwen op de reeds gemaakte afspraken en de rol van oma van vaders kant te versterken. Zij woonde dichtbij bij, had alle voorzieningen voor de baby al in huis, en het kindje was er gewend. Aldus geschiedde. Iedere dag na het werk kwam Wilfred met Jennifer eten bij zijn ouders, en konden zij onder toeziend oog van oma een deel van de zorg geven: Wendy te eten geven, in bad doen en naar bed brengen. Zo konden ze toch een aandeel naar vermogen leveren in de zorg voor hun kind.

Eind goed, al goed
De consulenten van MEE konden zich eindelijk terugtrekken uit het gezin; na anderhalf jaar van meedenken, mee begeleiden, mee coördineren, checken en mee regelen. Hoewel de oplossingen die beide consulenten aandroegen niet altijd meteen met enthousiasme werden ontvangen door Wilfred en Jennifer, lukte het Jantine en Dunja toch telkens weer om hen mee te krijgen. Juist door met de cliënten te overleggen, door náást hen te staan, in plaats van de regie over te nemen, waren ze aangekomen bij het punt waarop hun taak erop zat. Ze droegen de zorg over aan de gezinscoach van het CJG. Door dit intensieve traject hebben ze hun missie vervuld: bijdragen aan de mogelijkheden voor ook déze ouders om op een verantwoorde manier ouder te zijn. Met de veiligheid en gezondheid van het kind als allerbelangrijkste.

Bij de evaluatie een paar maanden later zei vader Wilfred: ‘Wij zien nu in dat Wendy pas bij ons kan logeren, als zij zelf kan zien wat veilig is voor haar.’

NB Om de privacy van de cliënten te waarborgen, zijn de namen gefungeerd en sommige details aangepast dan wel weggelatenDe foto dient ter illustratie en heeft geen betrekking op de betrokkene(n).

 

Sophia onderweg met MEE

Sophia werd bij MEE aangemeld. Sophia, een 21-jarig meisje die na het beëindigen van de ZMLK school al drie jaar thuis zat. (ZMLK is een onderwijsvorm gericht op zeer moeilijk lerende kinderen, kinderen met een verstandelijke handicap of ernstige leerproblemen.) Sophia zorgde voor haar zusjes en had verder geen contacten of bezigheden buitenshuis. Een erg lief, kwetsbaar meisje, dat erg onzeker was. Sophia had het gevoel dat zij niets kon.

De MEE consulent regelde dat Sophia op korte termijn geplaatst werd bij de ‘Zelfstandigheid Academie’ van Ipse de Bruggen: Een programma gericht op het vergroten van zelfstandigheid en zelfvertrouwen. Sophia zelf stond hier voor open en wilde dit programma graag volgen. Er bleek alleen een probleem met vervoer te zijn. Sophia durfde namelijk niet alleen te reizen. Als zij af en toe met het openbaar vervoer reisde, deed zij dat altijd met een van haar jongere zusjes die cognitief hoger functioneren.

MEE Op Weg werd ingeschakeld. Na een goede informatie uitwisseling tussen de consulent en de coördinator van MEE Op Weg, regelde de coördinator met spoed een trainster. Deze jonge studente, 2e jaar HBO Sociaal Pedagogische Hulpverlening) en Sophia hadden meteen een klik met elkaar.

Na hun kennismaking werd snel gestart met de basistraining. Al snel werd duidelijk dat Sophia de basis vaardigheden om te reizen met het openbaar snel oppikte. Omdat Sophia  sociaal emotioneel kwetsbaar is, werd in de training veel aandacht besteed aan het gebruik van de telefoon: welke hulplijnen zijn er, wat moet je doen bij een aanpassing van tijden in het openbaar vervoer, wat is de beste manier om hulp te vragen aan een vreemde in een moeilijke situatie en hoe ga je om met negatieve opmerkingen van vreemden.

Tijdens de training werd ook geleerd om de app ‘9292’ te gebruiken. Ook dit onderdeel pakte Sophia boven verwachting goed en snel op. Zij sloot de training goed af en ontving een diploma. Daar was Sophia erg trots op!

Sophia volgde een korte periode de ‘Zelfstandigheid Academie’. Zij liep tijdens dit programma tegen veel situaties aan die ze niet prettig vond. Sophia nam zelf contact op met de consulent en gaf aan dat zij zich niet op haar plek voelde. Ze vertelde dat zij graag zelf de volgende stappen in haar leven wilde gaan regelen. Ze vroeg of zij contact kon opnemen met de consulent als zij ergens tegenaan zou lopen.

Zowel de consulent als de coördinator van MEE Op Weg waren stomverbaasd dat dit onzekere en kwetsbare meisje na deelname aan de training blijkbaar zoveel meer zelfvertrouwen had gekregen. En dat zij zelf beslissingen kon en wilde nemen.

MEE Op Weg: Een weg naar persoonlijk succes!

Nb: het verhaal is waar gebeurd. In het kader van de privacy is de naam  gefingeerd. Het beeld hoort niet bij de reële situatie. 

Wat is MEE op Weg?

Veel mensen met een beperking reizen al vanaf jonge leeftijd met het ‘speciaal’ vervoer naar school, een vrijetijdsbesteding of naar andere voorzieningen. Het reizen met ‘het busje’ of met de taxi is vaak vanzelfsprekend geworden. De deelnemers die via MEE op Weg zelfstandig hebben leren reizen, zijn minder afhankelijk van de hulp van anderen en van de taxibus. Zij kunnen zelf reizen naar de plek waar ze naar toe willen en hun bereik is groter geworden.

Voor wie is MEE op Weg bedoeld?

Het project is voor iedereen vanaf 12 jaar met een beperking die zelfstandig wil leren reizen. Het kan iemand zijn met een lichamelijke of verstandelijke beperking, autisme, chronische ziekte of niet-aangeboren hersenletsel.

Bent u geïnspireerd door MEE op Weg en wilt u meer informatie? Neem dan contact op via 088 775 2000.