Sinds een tijdje gaat de 17-jarige Mats van Dijk alleen naar school. Bus 22 brengt hem in minder dan tien minuten naar zijn school.

Voor Mats zijn deze ritjes in zijn eentje best bijzonder: hij heeft het syndroom van Down. De vaardigheden die hij nodig heeft om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen leerde hij van Irene van Harten, zijn MEE op Weg-trainer.

Mats is enthousiast over het reizen met de bus. Voordat hij zelf met de bus ging, werd hij ’s ochtends door een speciaal taxibusje al om kwart voor acht opgehaald, terwijl de school pas om negen uur begon. Bij ieder adres op de route moest er gewacht worden. ‘Dat duurde zo vreselijk lang!’, zucht Mats. Moeder Ardi vult aan: ‘Er is nog een reden waarom Mats het zo fijn vindt om met de bus te gaan en niet meer door het busje opgehaald te worden. Mats zei ook ‘Het busje is voor kleintjes’. Toch Mats?’ Mats beaamt dat: ‘Ik ben al zeventien! En volgend jaar word ik achttien.’

Met trainer Irene oefende hij verschillende dingen die hem helpen om veilig van huis naar school te komen, en weer terug. Mats somt op: ‘Hand opsteken bij de halte. Inchecken. Op stop drukken. En uitchecken.’ Zijn ov-chipkaart hangt in een plastic hoesje aan een touwtje om zijn nek. Zo kan hij die niet kwijtraken als hij de bus instapt met zijn schooltas en soms ook nog een hockeystick in zijn handen. Op een los papier in het plastic hoesje staan de instaphalte en uitstaphalte geschreven. En voor noodgevallen het telefoonnummer van moeder Ardi. Dat heeft hij nog niet hoeven gebruiken. Eén keer ging het bijna mis. Bus 22 rijdt namelijk twee routes: een met de school van Mats als eindbestemming, en een die naar de Waalsdorperweg gaat. Gelukkig zat er een medeleerling in de bus die hem kende en wist dat hij moest uitstappen. Bovendien leerde hij tijdens de training van Irene dat hij om hulp moet vragen als het nodig is. Wat hij moet doen als de bus te laat is, weet Mats heel goed: ‘Wachten natuurlijk!’

Voor moeder Ardi was het een vanzelfsprekende stap dat Mats zelfstandig ging reizen. ‘Ik vond het wel spannend. Maar niet superspannend. Ik wist dat hij het kon.’ Zelf had ze de route ook al met haar zoon geoefend: ‘Mats stapte dan in bij de bushalte, en ik fietste heel hard achter de bus aan. Bij de uitstaphalte wachtte ik hem dan weer op.’ Door de omleidingen en wegopbrekingen bij hen in de wijk was ze daar tijdelijk mee gestopt.

De training van MEE kwam op een goed moment. De school attendeerde haar erop. Ook Mats’ leraren vonden dat hij in aanmerking kwam voor zelfstandig reizen. De trainer van MEE had, als externe deskundige, een duidelijke toegevoegde waarde vindt Ardi: ‘Ik geloof dat vreemde ogen dwingen. Mats luistert bij het oefenen beter naar Irene dan naar mij.’ Als Mats lachend knikt, vervolgt ze: ‘Ook vind ik het fijn dat dit advies van een externe deskundige kwam. Haar beoordeling was een onafhankelijke bevestiging dat hij het kon.’ Ze weet hoe belangrijk het voor Mats is. ‘Hij wil zo graag die zelfstandigheid. Hij gaat alleen naar de bakker en naar de AH, om pannenkoeken te halen als hij daar trek in heeft’- Mats lacht glunderend – ‘en vorige week ging hij alleen naar de kapper. Ik vroeg nog of ik mee moest om te betalen, maar hij zei ‘geef me maar geld mee’ en wilde liever alleen. Ook is hij al alleen thuis gekomen van zijn hockeytraining. Het is niet alleen goed voor Mats, ook voor mijzelf is dat prettig, dat hij meer dingen alleen kan.’

Mats heeft nu al zin in de zomer. Dan kan hij misschien zelf met de tram naar het strand: ‘Als het mooi weer is, met zon en een blauwe lucht. Niet als het waait want dan komt er zand in mijn gezicht en daar houd ik niet van.’ Hij is enthousiast over MEE op Weg en zelfstandig reizen, en deelt dat graag met iedereen die het horen wil: ‘Het is heel leuk. Ga mee!’

Mats op weg1.jpg